naar Amsterdam

Het was een Franciscaner pater, die mij hielp bij het organiseren van een politieke gespreksgroep voor leerlingen van het Bernardinus College (Heerlen) in de jaren zestig: pater Hovius. Een kleurrijke man, bevlogen en soms onbesuisd. Hij bracht mij in contact met Jan Maenen, die voor de Katholieke Volkspartij in de Tweede Kamer zat. Een aardige man, afkomstig uit de katholieke arbeidersbeweging, en wonend op de Benzeraderweg. Ook leerde ik toen zo George Jeunhomme kennen – kaderman bij de Staatsmijnen, actief in de Nederlandse Katholieke Vakbond – en wonend in mijn buurt, het Aarveld. Jeunhomme probeerde een brug te slaan tussen marxisme en christendom, en schreef over radicale democratisering.

Het was een roerige tijd: de mijnsluitingen waren in 1965 aangekondigd, in Amsterdam braken in 1966 de Provorellen uit, de Amerikanen liepen vast in hun VietNamoorlog, in de nacht van Schmelzer viel het kabinet-Den Uyl.  We organiseerden scholierenverkiezingen, die toen gemakkelijk werden gewonnen door de KVP-aanhang, gevolgd door de VVD; er was ook al een bescheiden aanhang voor PvdA en PSP.  We nodigden in het verkiezingsjaar 1967 Joop Den Uyl, lijsttrekker voor de PvdA, en Nobert Schmelzer, lijsttrekker voor de KVP, op school uit. Schmelzer kwam overdag en Den Uyl ’s avonds. Ik kan me nog goed herinneren, dat ik Den Uyl enkele vragen stelde, die ’s avonds werden uitgezonden door de VARA-radio. Het gang over zijn opstelling tegenover de Amerikanen in Vietnam. De bondgenoot, aldus Den Uyl, verdiende steun in de strijd tegen het oprukkende communisme. Pater Hovius werd opgebeld de dag daarop door een ouder met als commentaar: “We gaan als katholieke school toch niet die roden aandacht geven.”  

Na het eindexamen HBS-B in juni 1967 werd ik geplaagd door twijfels over een studiekeuze. Een rechtenopleiding of biochemie? Ver van huis of dichtbij? In een katholieke omgeving of daarbuiten. Een liberaal-katholieke vriend koos voor de Katholieke Universiteit Leuven. Zo ontdekte ik de studie politieke en sociale wetenschappen in Amsterdam. Hovius deed nog het aanbod voor een jaar of twee internaat in Nijmegen, bij de Jezuieten, om alsnog een Gymnasium A-diploma te halen. Het idee om weer keihard te moeten blokken onder toezucht van Jezuieten, trok mijn niet aan. Na een bezoek aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam koos ik voor de hoofdstad, waar zoveel spannende dingen gebeurden. Pater-directeur Beckers sprak mij op de trappen van het HBS-gebouw aan: “Zo Harry, jij gaat naar Amsterdam…Ook daar kan de Katholieke Volkspartij gemotiveerde jongeren gebruiken.” Ik voelde mij gevleid, maar dacht op dat moment ook terug aan een merkwaardige pedagogische ervaring met deze dikbuikige pater. Hoewel een ijverige leerling, met steeds betere studiecijfers, kreeg ik het vak handelsrekenen nooit onder de knie. Die pater Beckers had de gewoonte om de ‘onvoldoendes’ als straf helemaal vooraan in de klas te plaatsen. Die vernedering vergaf ik hem niet.

In Amsterdam sloot ik mij nog aan bij het studentencorps Thomas van Aquino; tijdens de ontgroening maakte ik kennis met een pils drinkende Jezuiet, pater van Kilsdonk. Een man met een bulderende stem, die voor iedereen aandacht leek te hebben. Broer Ruud deed ooit een beroep op hem. Allengs raakte ik meer en meer op afstand van de katholieke wereld. Het was over.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.